|
Doel van het Spel
De bedoeling van het spel is dat elke speler zijn stukken in zijn thuisveld krijgt en uiteindelijk van het bord afkrijgt. De speler die het eerst al zijn stukken van het bord af krijgt is de winnaar.
Het Spel beginnen
Elke speler heeft twee dobbelstenen en een dobbelbeker. Elke speler werpt één dobbelsteen. De speler met het hoogste aantal maakt de eerste zet, gebruikmakend van de twee aantallen op zijn eigen en zijn tegenstanders dobbelsteen. In het geval dat beide spelers hetzelfde aantal werpen, rollen beiden spellers nog een andere dobbelsteen om te beslissen wie de eerste zet maakt.
De Dobbelsteen Werpen
De spelers werpen de dobbelsteen afwisselend door het hele spel, behalve in het geval waarbij een speller geen toegestane zet kan maken en daarom zijn beurt bestraft wordt. De worp van de dobbelsteen geeft aan hoeveel ogen de speler zijn stukken dient te verplaatsen. Een oog is de afstand van een punt tot de volgende. Als beide dobbelstenen een gelijk aantal hebben, bijvoorbeeld 4-4 of 6-6 (een double genoemd) dan heeft de speler recht op vier zetten in plaats van twee. Dus als hij 5-5 werpt mag hij tot vier stukken verplaatsen, maar elke verplaatsing moet bestaan uit 5 ogen.
Regels van het Werpen
-
De dobbelstenen moet samen geworpen worden en vlak landen op het rechter gedeelte van het oppervlak van het speelbord. De speler moet opnieuw werpen als een dobbelsteen buiten het rechter gedeelte van het speelbord, op een speelstuk of niet vlak land (een zogenaamde cocked (gespannen) dobbelsteen).
-
Een speler mag zoveel bewegingen als gewenst proberen voordat hij zijn beslissing maakt.
-
Een beurt is afgerond wanneer een speler zijn dobbelsteen oppakt. Als een spel niet is afgerond of niet volgens de regels, heeft de tegenstander de mogelijkheid om het spel te accepteren of te eisen van de speler het volgens de regels af te ronden. Een worp is geacht gemaakt te zijn wanneer de tegenstander zijn dobbelsteen werpt of een verdubbeling aanbiedt om zijn eigen beurt te starten.
-
Als een speler zijn dobbelsteen werpt voordat zijn tegenstander zijn beurt heeft afgerond door zijn dobbelsteen op te pakken, is de worp van de speler niet geldig.
De Stukken Verplaatsen
Elke speler zijn beurt begint met het rollen van zijn twee dobbelstenen. Hij beweegt één of meer van zijn stukken in overeenstemming met het aantal ogen op de dobbelsteen. De nummers op de dobbelstenen zijn samengesteld uit gescheiden bewegingen.
Een speelstuk mag alleen naar een open punt verplaatst worden, als deze geen twee of meer speelstukken van de tegenstander bevat. Een speelstuk mag verplaatst worden naar een punt als het slechts bezet is door één van de tegenstander zijn speelstukken. In dit geval is het speelstuk van de tegenstander “hit” (geslagen) en op de “bar” (centrumverdeling) geplaatst (zie “Slaan en Binnenkomen” hieronder).
Om te voorkomen dat enkele speelstukken (genaamd “blots”) kwetsbaar worden om geslagen te worden kan een speler proberen zijn worp te gebruiken om een “punt te maken”. Een speler “maakt zijn punt” door twee of meer speelstukken op dat punt te plaatsen. Hij bezit (“owns”) dat punt dan en zijn tegenstander kan geen speelstukken naar dat punt verplaatsen of het punt aanraken.
Een speler moet beide aantallen van een beurt gebruiken wanneer dat mogelijk is (of alle vier de aantallen in het geval van een “double”). Wanneer maar één aantal kan worden gespeeld dient de speller dat aantal te spelen. Als beide aantallen los van elkaar kunnen worden gespeeld maar niet beiden tegelijk, dient het hoogste aantal te worden gespeeld. Wanneer geen van beiden kan worden gespeeld verliest de speller zijn beurt.
Slaan en Binnenkomen
Een enkel speelstuk op een punt is een “blot”. Als u een speelstuk naar een blot van de tegenstander verplaatst, of aanraakt tijdens het tijdens het proces van het bewegen naar het totale aantal van uw beurt, is de blot geslagen en dient deze opnieuw binnen te komen in de tegenstander zijn thuisveld. Een speler mag geen enkele andere zet maken voordat hij zijn speelstuk via de bar (centrumverdeling) weer in het spel heeft gebracht.
Terugkeer dient gemaakt te worden op een punt gelijk aan een van de aantallen geworpen door de speler, wanneer het punt niet in bezit is van de tegenstander. Als hij niet terug kan keren, verliest hij zijn beurt. In het geval dat de speler meer dan één speelstuk op de bar heeft, moet hij zoveel als mogelijk terug laten keren en zijn beurt afmaken. Als de laatste van zijn speelstukken zijn teruggekeerd, dienen ongespeelde aantallen op de dobbelsteen gespeeld te worden door het speelstuk te spelen dat is teruggekeerd, of een ander speelstuk.
Een speler die alle zes punten in zijn thuisveld heeft gebracht heeft een gesloten bord (veld). Als de tegenstander speelstukken op de bar heeft staan is het niet mogelijk deze terug te laten keren in de tegenstander zijn thuisveld. Dan dient hij zijn worpen af te maken en door te gaan totdat de andere speler een punt dient te openen in zijn thuisveld, en daarmee dus een terugkeerpunt te verstrekken.
Merk wel op dat wanneer de speler zijn beurt voortzet hij niet zijn recht om de verdubbellingsdobbelsteen voor elke worp te gebruiken behoudt.
Uitspelen
Zodra een speler al zijn (vijftien) speelstukken naar zijn thuisveld heeft verplaatst, mag hij beginnen met uitspelen (“bearing off”). Een speler speelt uit door het aantal te werpen dat gelijk is aan het punt waar het speelstuk zich bevindt en vervolgens deze van het bord te verwijderen. Speelstukken die zijn uitgespeeld keren nimmer terug in het spel.
Een speler mag geen speelstukken uitspelen wanneer hij nog stukken op de bar of buiten het thuisveld heeft. Dus wanneer, tijdens het proces van het uitspelen, een speler een blot heeft liggen en deze geslagen wordt door de tegenstander, moet hij deze eerst terug brengen in zijn thuisveld voordat hij het uitspelen kan beginnen.
Bij het uitspelen, moet een speler de speelstukken weghalen vanaf de punten die overeenkomen met het aantal van de dobbelsteen. Het uitspelen is niet verplicht, een speler mag zijn speelstukken binnen zijn thuisveld verplaatsen als hij dat wenst. Als een speler een hoger aantal gooit dan het hoogste punt waar hij een speelstuk heeft, dient hij dit aantal voor het hoogste bezette punt te gebruiken.
Merk wel op dat de regels vereisen dat beide aantallen wanneer mogelijk gespeeld dienen te worden en in elke mogelijke volgorde.
Het Spel Winnen
Een speler die alle speelstukken het eerst heeft uitgespeeld wint het spel.
-
Wanneer uw tegenstander al enkele van zijn speelstukken heeft uitgespeeld en u speelt uw laatste speelstuk uit, dan wint u een enkel spel.
-
Wanneer u al uw speelstukken heeft uitgespeeld voordat uw tegenstander er één heeft uitgespeeld dan wint u een “gammon” en tweemaal de inzet.
-
Wanneer u als uw speelstukken heeft uitgespeeld voordat u tegenstander er één heeft uitgespeeld en hij nog wel een speelstuk op uw thuisveld of op de bar heeft, dan wint u een “backgammon” en driemaal de inzet.
|